| Het Elburger zeemanskoor
KOP VAN
'T ENDE is opgericht in september 2001. Binnen twee weken zat het koor
op een bezetting van 29 zangers en muzikanten, allen met de vurige wens
om vlotte en sfeervolle liederen te gaan zingen en het repertoire zou
bestaan uit shanty, zeemansliederen, aangevuld met nummers die onze
verbintenis met de Zuiderzeevisserij vanuit Elburg vertolken. Wij streven naar een beleving, het moet sprankelen in ons hoofd en zeker ook bij ons publiek waarmee wij vele vreugdevolle uren willen beleven. De kracht zit in onze uitstraling, het enthousiasme en de kwaliteit van zingen. Eén van de liederen uit het repertoire gaat over een wel zeer donkere periode van Elburg, de jaren 1950 tot 1975 toen de visserij in steeds ernstiger mate overschaduwd werd door de pas gereedgekomen Flevopolder. Onze vissers raakten werkeloos en dus brodeloos. Er werd niet meer geïnvesteerd in de visbotters. De ene na de andere botter verdween, voor een habbekrats verkocht of afgezonken op een diepe plek ergens in het IJsselmeer. In de haven van Elburg ligt in 1975 nog één botter in erbarmelijke staat en dat inspireerde Joop Groenewege tot het schrijven van een prachtig lied, "DE BOTTER". |